Werken met hechting. Startdata volgen. Geef je interesse op.
RAAK Academie, Relationeel, Afgestemd, Autonoom, Krachtig
← Blog

Uit welk gemis is jouw gave gegroeid?

Door Barbara Veldt · 11 juni 2026 · 8 min lezen

De grootste valkuil van een professional zit zelden in wat hij of zij niet kan. Vaker zit het in wat zo vanzelf gaat, dat het onbewust blijft wanneer talent een reflex wordt.

In de aanwezigheid waarmee je luistert. In de manier waarop je verbanden legt. In de neiging om richting te voelen, spanning te lezen, woorden te geven aan wat nog maar half uitgesproken is.

Dat kan vakmanschap zijn. En soms is het ook iets ouds. Iets wat je al deed voordat je wist dat je het deed.

Op de begrafenis van mijn vader

Ik moest daaraan denken door iets wat lang geleden gebeurde, op de begrafenis van mijn vader. Op dat moment bevond ik me in een vreemde overgang. Ik zat nog op het conservatorium en was inmiddels ook met mijn psychologiestudie begonnen. Mijn vader leefde net lang genoeg om mij de boodschap te laten volbrengen die mijn opvoeding definieerde: je maakt af waar je aan begint.

Dus maakte ik het af. Met tegenzin, eerlijk gezegd. Niet omdat muziek mij niets had gegeven. Integendeel. Muziek had me gevormd. Ze had me gevoelig gemaakt voor timing, toon, spanning, stilte en discipline. Maar ergens voelde ik allang aan dat dit mijn pad niet was. Mijn aandacht, mijn verlangen, mijn toekomst, ze waren richting psychologie bewogen. Ik wist toen al dat ik therapeut wilde worden. Ooit.

Op die begrafenis kwam ik de moeder tegen van iemand waarmee ik in mijn jeugd muziek maakte. “Zit je nog steeds in de muziek, Barbara?” vroeg ze.

Ik vertelde haar dat ik psychologie studeerde. Misschien ook dat ik het conservatorium had afgemaakt, dat weet ik niet meer precies. Wat ik me wel herinner, is haar reactie.

Ze keek niet verbaasd.

En juist dát verbaasde mij.

Toen vertelde ze dat ik als kind al iemand was bij wie mensen hun verhaal kwijt konden. Dat ik vragen stelde waardoor anderen gingen praten. Niet zomaar praten, maar zich openden.

Ik had daar geen actieve herinnering aan. Geen enkel beeld van mezelf als jong meisje dat klaarzat voor de binnenwereld van anderen. Al kan ik me nu, met terugwerkende kracht, voorstellen dat het ook een effectieve strategie was. Zolang mijn aandacht bij de ander lag, bleef ik zelf tenminste uit beeld.

Dat klinkt misschien wat hard. Alsof luisteren alleen maar bescherming was. Zo bedoel ik het niet. Ik denk dat het allebei waar was. Er was oprechte belangstelling, gevoeligheid, misschien zelfs een vroege aanleg. En er was ook iets wat handig bleek. Als ik luisterde, hoefde ik minder zichtbaar te zijn. Als ik vragen stelde, hoefde niemand te vragen wat er in mij leefde.

Ik dacht toen waarschijnlijk eerder dat de volwassenen om mij heen hun leven behoorlijk op orde hadden. Dat zij groot waren. Stevig. Volwassen genoeg om hun eigen verdriet te dragen. Kennelijk had ik iets gezien, gevoeld of opgevangen zonder te weten dat ik het deed. En misschien had ik tegelijkertijd geleerd dat het veiliger was om de blik naar buiten te richten dan naar binnen.

En toen zei ze, bijna tussen neus en lippen door:

Ik heb me weleens afgevraagd of er ook mensen waren die dat voor jou deden.

Die zin bleef hangen omdat hij precies de laag raakte waar ik zelf nog geen taal voor had. Ik hoorde niet alleen dat ik blijkbaar goed kon luisteren. Ik hoorde ook de vraag daaronder: als jij zo beschikbaar was voor anderen, wie was er dan beschikbaar voor jou?

Dat maakte de opmerking groter dan een herinnering. Het werd een vraag die ik later pas echt ben gaan doorvoelen.

Want misschien begint een deel van ons vakmanschap daar. Niet in de opleiding. Niet in de methode. Niet in het certificaat aan de muur. Maar in een oud vermogen om af te stemmen. Om te voelen waar spanning zit. Om te merken wanneer iemand iets niet zegt. Om beschikbaar te zijn zonder dat iemand daar expliciet om vraagt.

Waar gevoeligheid verantwoordelijkheid wordt

En precies daar begint ook de valkuil.

Want wat ooit gevoeligheid was, kan later ongemerkt verantwoordelijkheid worden. Wat ooit luisteren was, kan overnemen worden. Wat ooit trouw was aan de ander, kan een manier worden om jezelf nog even uit beeld te houden.

De professional die goed luistert, kan ook te snel conclusies trekken. De therapeut die scherp aanvoelt, kan al weten voordat de ander zelf ontdekt. De coach die ruimte maakt, kan ongemerkt de ruimte gaan beheren. De docent die mensen wil raken, kan te hard gaan werken om dat raken te veroorzaken.

De intentie is om het goed te willen doen, maar de energie van goed willen doen is vaak hard werken. We gaan net iets meer dragen dan van ons is. We voelen ons net iets verantwoordelijker voor het proces, de veiligheid, de beweging of de uitkomst dan helpend is. En precies daar kan iets verschuiven. Wat begon als betrokkenheid, wordt ongemerkt overname. Niet alleen ten koste van onszelf, maar ook ten koste van de ruimte van de cliënt.

En degene die ooit leerde afmaken wat zij begonnen was, kan later moeite krijgen met stoppen op het moment dat iets eigenlijk genoeg is.

Dat vind ik een van de interessantste en kwetsbaarste kanten van professioneel werk. We nemen onszelf altijd mee. Niet alleen onze kennis, ervaring en scholing, maar ook onze oude bewegingen. Onze manier om nabij te zijn. Onze reflex om te zorgen. Onze neiging om het goed te willen doen. Onze gevoeligheid voor spanning. Onze moeite met niet-weten. Onze fysieke weerstand op vertragen. Dat kan voelen als te langzaam en dat raakt weer aan ‘doe ik het wel goed?’

Dat maakt ons niet ongeschikt. Het maakt ons menselijk. Maar het vraagt wel eerlijkheid.

Betrokkenheid met bewustzijn

Vakmanschap is niet alleen weten wat je doet. Het is ook merken wat er in jou gebeurt terwijl je het doet. Dat onderscheid lijkt klein, maar in de praktijk is het groot. Juist de betrokken professional kan ongemerkt te hard gaan werken, vaak vanuit liefde voor het vak, zorgvuldigheid en het verlangen om iemand niet alleen te laten in wat moeilijk is. Maar ergens onderweg kan de balans verschuiven. Dan dragen we net iets meer dan van ons is. Dan wordt onze inzet groter dan de ruimte van de ander. Dan helpen we nog steeds, maar niet meer helemaal vrij.

Wat mij in het werken met professionals steeds opnieuw raakt, is hoe subtiel dat kan gaan. Zelfopoffering voelt niet altijd als zelfopoffering. Soms voelt het als betrokkenheid. Hoge eisen voelen niet altijd als hoge eisen. Soms voelen ze als zorgvuldigheid. En angst om te falen kan zich vermommen als nog iets beter je best doen.

Comfortabele vragen veranderen meestal weinig.

Dat is voor mij geen reden om minder betrokken te zijn. Het vraagt juist om betrokkenheid met bewustzijn. Om vertraging. Om het vermogen om in jezelf op te merken: wie is er nu eigenlijk aan het werk? Mijn volwassen vakmanschap? Mijn oude alertheid? Mijn verlangen om te helpen? Mijn angst om iets te missen? Mijn moeite om het verdriet van de ander nog even ongemoeid te laten?

Misschien begint volwassen professionaliteit niet bij feilloos werken of bij altijd de juiste interventie op het juiste moment. Misschien begint het daar waar je jezelf leert betrappen zonder jezelf af te vallen. Waar je merkt: nu ben ik aan het dragen. Nu ben ik aan het sturen. Nu ben ik aan het oplossen, terwijl de ander misschien eerst alleen maar ruimte nodig heeft.

Dat is geen pleidooi voor passiviteit. Het is eerder een pleidooi voor verfijning. Voor het verschil tussen aanwezig zijn en overnemen. Tussen luisteren en alvast vertalen. Tussen richting geven en de ander te vroeg meenemen naar een plek waar hij zelf nog niet is aangekomen.

Waar je grootste gave groeide

Ik denk nog weleens terug aan die vrouw op de begrafenis van mijn vader. Aan hoe zij mij iets teruggaf wat ik zelf niet wist. Dat luisteren blijkbaar al vroeg in mij aanwezig was. Dat het een gave was, maar misschien ook een plek waar iets van mijzelf ongezien bleef.

In elk gemis klinkt een nog groter verlangen door.

Misschien geldt dat ook voor ons vakmanschap. Waar wij ooit iets misten, ontwikkelen we soms precies het vermogen om het een ander te geven. Dat is prachtig. En kwetsbaar tegelijk. Want zolang we niet weten uit welk gemis onze gave is gegroeid, kan ons talent ons ook blijven gebruiken.

Misschien is dat de vraag die we onszelf als professional af en toe mogen stellen. Niet om ons werk verdacht te maken. Niet om onze betrokkenheid te wantrouwen. Maar om vrijer te worden in wat we doen.

Wanneer is mijn kwaliteit werkelijk beschikbaar?

En wanneer is zij een oude manier geworden om nodig, veilig of van betekenis te zijn?

Misschien groeit vakmanschap juist daar. Niet door harder te werken, meer te weten of nog beter ons best te doen, maar door eerlijker te voelen wie er in ons aan het werk is.

Dan wordt helpen minder haastig. Minder zwaar. Minder persoonlijk beladen.

En misschien juist daardoor echter.


Want soms groeit je grootste gave precies op de plek waar ooit iets ontbrak.

Eerder verschenen op barbaraveldt.com.

← Terug naar alle artikelen

Gratis masterclass

Maak kennis met het werk.

Meld je gratis aan voor de masterclass en ervaar zelf hoe relationeel en systeemgericht werken voelt. Heb je een vraag? Neem gerust contact op.